|
|
5. 16-3-1578. Jan Joostenszn en Claes Joostenszn. elk voor hen zelve, Louris Gerritszn. man
en voogd van Annegje Joostendr. delen de boedel hen aangekomen van Hadewij Willemsdr.
hun moeder, te weten Jan Joostenszn. en Claes Joostenszn. tezamen 20 morgen in de lage
waard waarvan 5 morgen eigendom onbelast en 15 morgen bruikwaar gemeen met huis, barg,
etc., belend O Dirck Dirckszn., W Barbara Reyersdr. Dirck Gerritszn. wede, strekkende
zuidwaarts uit de Rijn, noordwaarts tot aan t Woutambacht en 5 morgen bruikwaar genaamd
de Herwaartse Hoegewaert, belend O Joost Claeszn., de vader van de comparanten, W
Barbara Dirck Gerritszn. wede, N de lagewaardse wetering, Z Cornelis van Noorden eigenaar
en Marytge Dirck de Rijnenburg wede bruickster, 2 1/2 morgen 1 1/2 hond land in
Oudshoorn, belend O Joost Claeszn. hun vader, W de scheiding van Koudekerck en die
Gneppick, N Dirck Dirckszn. aliter Dirck Janszn. tot Leiderdorp; Louris Gerritszn. 3 morgen
land in de Bremade, belend O Marrigje Willemsdr. wede Willem Aertszn., W Cornelis
Willemszn. schout, Z Jan Brunisse, N t Woutambacht; 1/2 morgen 1/2 hond in een weer van 8
1/2 morgen waarvan de rest toebehoort aan Jan Dirckszn., belend O Gerrrit Eeuwoutszn. met
zijn bruikland en W Matthijs Dirckszn. tot Noordwijk, strekkende zuidwaarts uit de Lutteken
Rijn noordwaarts aan het Woutambacht alsmede de helft van 2 rentebrieven waarvan Joost
Claeszn. zijn schoonvader de andere helft heeft, een van 12 1/2 gulden op Jan Dirckszn. en de
andere van 12 gulden op Adriaen Dirckszn. |