Het geslacht Van der Lede had zijn oorspronkelijke bezit,
- rond het riviertje de Lede, dat nabij Leerdam in de Linge stroomde, in leen van de bisschop van Utrecht. Herbaren, die samen met de heren Van Altena, Amstel en Teylingen in 1143,
in een oorkonde wordt genoemd als getuige voor bisschop Hardbertus van Utrecht. Hij wordt er "Harbernus de Liethen" genoemd. Herbaren had mogelijk een familielid, een vroege Hugo Botter,
die in 1146 in dienst was van de bisschop van het Sticht. Floris en Folpert waren òf zijn zoons òf zijn kleinzoons:,
Folpertus en Florentius de Leda. In 1207 zijn beiden ondertekenaars van een brief die gravin-weduwe Aleid van Holland schreef aan koning John van Engeland met betrekking tot een mogelijke vrijlating van haar dochter Ada. Hierin heten zij Walpertus en Florentius de Leda. Herbaren huwde mogelijk met een dochter van Willem van Altena,
mogelijk Adelheid, die een kleindochter zou zijn van Thierry/Diederik "de stamvader van het geslacht Van Altena". Echter, bij Schwennicke komt die niet voor.
Voor de periode tot ongeveer het begin van de 13de eeuw zijn er maar weinig archiefbronnen.
Dank zij het werk van Blote uit 1907 is duidelijk geworden,
dat het geslacht Arkel voortkwam uit het geslacht Van der Leede. Hij baseerde dit op de nagenoeg gelijke wapenschilden van beide geslachten.
Siehe: Nederl. Leeuw 2000, Het middeleeuwse adellijke geslacht Van Arkel mr. dr. M.J. Waale.
Siehe ook: https://www.familysearch.org/nl/tree/person/details/GTZK-1L6,
Harbernus / Herbaren was heer van Ter Leede (Heerlijkheid) von 1140 bis 1200,
gestorben (meistens 80 Jahre alt) etwa 1200,
heiratet mit
heiratet (bzw. ungefähr 13 und ungefähr 32 Jahre alt) im 1197
mit Floris Ivan Voorne,
geboren in Naaldwijk etwa 1165,
gestorben (ungefähr 68 Jahre alt) in Naaldwijk etwa 1233.