),
zoon van IJsbrand PhilipszHeemskerck en Leentje Simonsdrvan der Eijnde,
geboren te Honselersdijk,
gedoopt te Honselersdijk op 8 november 1637,
Schepen te Wateringen van 1675 tot 1683,
overleden (ongeveer 85 jaar oud uitgaande van doop) in 1723,
trouwt (resp. 27 uitgaande van doop en minstens 19 jaar oud) te Naaldwijk op 17 mei 1665 met
trouwt (resp. 44 uitgaande van doop en 17 jaar oud uitgaande van doop) op 2 maart 1727,
(gescheiden resp. ongeveer 63 uitgaande van doop en ongeveer 35 jaar oud uitgaande van doop in 1745)
met
Notulenboek van de Nederl. Herv. Gemeente van Wateringen te Wateringen op 19 maart 1741,
Wegens ergerlijk gedrag avondmaal verboden aan Maria van der Marel, huysvrouw van Pieter Heemskerk.
Zij klaagde, dat haar man van alles de oorzaak was. Deel 2565 van de Haagse notariële protocollen, notaris Jacobus Wijnants te 's-Gravenhage op 9 november 1744,
Maria Cornelisse van der Marel, huisvrouw van Pieter Philipsz Heemskerk, zit in het "beeterhuijs" (Blaauwhuys) te Schiedam wegens dronkenschap. Men getuigt echter, dat deze Pieter Heemskerk zelf een dronkaard is, meermalen beschonken en vloekend. Wanneer zijn vrouw tot haar verkwikking een kopje thee wilde drinken, zei hij: "Suypt wijn, brandewijn of oud bier, daar heb je hart van". Van de andere kant getuigt Gijsbert van der Voort, bouwman te Wateringen, oud 72 jaren, dat hij "eerlijk, nugter en bequaam was en die seer wel op sijn saken paste". Van haar, die in april 1741 door haar man was "vastgeset" wordt gezegd, dat zij een brave vrouw was, die haar huishouden goed verzorgde.
In deel 2514 komen nog een drietal acten voor over deze zaak, verleden voor notaris De Fay te 's-Gravenhage, d.d. 1 april 1743 Pieter Bregman, gehuwd met Maria's zuster Hillegond Cornelisse van der Marel te Maasland en Jacob Dikshoorn te Vlaardingen, gehuwd met een andere zuster Hilletje Cornelisse van der Marel, leggen gunstige verklaringen over haar af, naar aanleiding van een bezoek aan haar gebracht in het Blaauwhuys te Schiedam, waar zij zich - ook volgens verklaring van de vader en moeder van dat huis - steeds gunstig heeft gedragen. Ook een paar mede-verpleegden verklaarden zulks over haar. Zij had groot berouw betoond over haar misbruik van drank, doch getuigde tevens, dat haar man van alles de schuld was en haar tot het misbruik aangezet had. Ook haar broeder Jan van der Marel te Wateringen legt een gunstige verklaring af ten opzichte van haar en een ongunstige over P.Heemskerk, die echter door Van der Voort weersproken wordt.
Overleden (51 jaar oud uitgaande van doop) te Wateringen op 19 november 1760,
begraven te Wateringen op 19 november 1760