,
zoon van Pieter WillemszCranendonck en N.N.,
geboren circa 1530,
Gerrit Pietersz Cranendonck alias Boetser huurde diverse percelen land in de polder Smeetsland onder West-IJsselmonde.
In 1562 was hij taxateur van de 10e penning.
Hij werd hoge waarsman (penningmeester) van de vier polders van West-IJsselmonde (1563-1573), hoogheemraad van de polder Valkensoord (1571) en schout van West-IJsselmonde (1573-1574). Rond 1560 trouwde hij met een rijke weduwe aan de Hordijk.
Zij was eigenaresse van een aantal landerijen onder West-IJsselmonde en Oost-Barendrecht. Het huis dat het echtpaar bewoonde, werd bij de taxatie in 1561 de hoogste waarde van het dorp West-IJsselmonde toegekend.
Overleden (Ongeveer 65 jaar oud) te West IJsselmonde circa 1595,
trouwt (1) met MarijchenAndriesdr. Uit dit huwelijk een zoon,
trouwt (2) met
"Adriaen Paulsen, jongeman van Ridderkerck, ondertrouw met Roockgen Gossens,
weduwe van Geert Pietersen, getr. 9 Nov.".
Geen kinderen uit het eerste huwelijk. Rookjen Goossens was op 9-3-1600 in Ridderkerk getuige bij de doop,
van Lijsbeth,
dochter van Pieter Willemsz en Mariken Adriaens.
Overleden (Hoogstens 48 jaar oud) te Ridderkerk in 1603,
trouwt (2) met Adriaen PauwelszCranendonk. Uit dit huwelijk geen kinderen.
trouwt (34 jaar oud uitgaande van doop) te Dordrecht op 28 april 1627
met FranskenBoudewijnsdr,
overleden te Dordrecht na 19 juni 1645.