De Duitse hugenoot Charles Godeffroy (1704-1773) mag worden beschouwd,
als de aanlegger van de plantage Alkmaar te Suriname. Hij heeft zich omstreeks 1730 in de kolonie gevestigd, want op 28 october van dat jaar werd hij lid van de gereformeerde kerk. Hij was in 1742 lid van de Raad van Politie. Hij woonde slechts deeltijds op zijn plantage, de overige tijd woonde hij in een riant huis dat hij omstreeks 1750 aan de waterkant had laten bouwen, niet ver van de Lutherse kerk.
Gedeffroy kwam niet zomaar naar Suriname. Hij was een telg van het ambitieuze Duitse koopmansgeslacht Godeffroy, dat zich overal ter wereld vestigde waar het economisch tij gunstig was. De kansen in Suriname werden zó gunstig geacht, dat maar liefst 3 leden der familie zich in Suriname vestigden: de broers Charles en Isaac, en hun neef Jaques. Zij hielden zich intensief met het plantagebedrijf bezig. Charles Godeffroy huwde drie maal. Zijn eerste echtgenote, Geertruida de Bakker, overleed in 1739. Daarna volgde zijn huwelijk met Catharina de l'Jsle. Zij overleed tien jaar later, in 1757. Charles hertrouwde het jaar daarop met Elisabeth Danforth (1715-1796). Voor zover bekend bleven alle huwelijken kinderloos. Godeffroy overleed op 9 juli 1773 aan boord van een schip op weg van Amsterdam naar Paramaribo. Zijn vrouw was bij hem. Hij werd op zijn plantage Alkmaar begraven, achter het grote plantagehuis. Het huis bestaat niet meer, maar het graf is er nog steeds, achter de oude polikliniek.
Godeffroy behoorde tot de notabelen der kolonie, en ontving veelvuldig hoge gasten op zijn plantage. Het was een druk komen en gaan van Raden, Gouverneurs, zeekapiteins van oorlogsschepen, en ook de gouverneur van Cayenne was er te gast.
Overleden (69 jaar oud) te Paramaribo [Suriname] op 9 juni 1773,
trouwt (1) met Catharinade Lies. Uit dit huwelijk geen kinderen,
trouwt (3) met Geertruidade Bakker. Uit dit huwelijk geen kinderen,
trouwt (resp. 53 en 43 jaar oud) (2) te Paramaribo [Suriname] op 21 april 1758 met
,
dochter van ThomasDanforth en AbigailSteenman,
geboren te Paramaribo [Suriname] op 18 oktober 1714,
gedoopt te Paramaribo [Suriname] op 4 november 1714,
Na Godeffroy’s dood erfde Elisabeth Danforth zijn bezittingen;,
de plantages en het grote huis in Paramaribo waren niet met schuld bezwaard en waren een vermogen waard. Elisabeth Danforth bestuurde de plantage Alkmaar zelf. In 1784 verkreeg zij de 3e consessie voor extra grond achter de plantage (de 2e consessie achterland was in 1770 aan Godeffroy verleend).
Elisabeth Danforth (1715-1796) was voor de eerste maal gehuwd geweest met Abraham Lemmers. (1729-1756). De familie Lemmers in Suriname was groot en bezat vele plantages. Het is niet bekend hoeveel kinderen er in dit eerste huwelijk zijn geweest.Via de kerkboeken in Bergen op Zoom (waar 1 van haar zoons naartoe emigreerde) is bekend dat er tenminste 3 kinderen waren : Abraham (1741-1803) gehuwd 1764 in Suriname met Elisabeth Catharina Klein (1747-1805)
Jacobus (?-?) gehuwd 1759 in Bergen op Zoom met Maria Catharina de Brauw
Elisabeth Johanna (1746-?) gehuwd 1765 in Suriname met Andreas Rijnsdorp (1744-?).
Overleden (81 jaar oud) te West Indië [Nederlandse Antillen] op 9 januari 1796,
trouwt (2) met AbrahamLemmers. Uit dit huwelijk geen kinderen.