,
Tot 1789 is het voor joden onmogelijk om in de stad Utrecht te wonen. Stadhouder prins Willem V heeft deze regel in 1789 doen wijzigen. Vanaf die tijd hebben joden het "recht van inwoning", wat nog geen burgerrecht is. In datzelfde jaar vertrekt Hartog en zijn vrouw Judic met een aanbeveling van het kerkbestuur der Ned.Isr.Gemeente te Maarssen voor de vroedschap der Christelijke Kerken van de stad Utrecht. In deze aanbeveling staat dat zij "van goede negotie" en uit "behoorlijke" ouders afkomstig zijn. Mochten zij tot armoede vervallen dan neemt de joodse gemeenschap te Maarssen de kosten voor hun levensonderhoud op zich, dit is een akte van indemniteit. Hartog wordt koster van de eerste joodse synagoge in de stad. Hun oudste zoon is de eerste jood, die hier wordt geboren. Hartog is tevens koopman. Judica van Weerden-Heymans woont in 1840 als weduwe in Den Haag. Sara en Mietje zijn waarschijnlijk kinderen van hen. De doopakte van Salomon is niet in Utrecht gevonden. Bij de volkstelling van 1825 wonen Sara (39 jaar) en Salomon (24 jaar) bij de vader (74 jaar) op hetzelfde adres in de Jufferstraat te Utrecht. Ook overlijdensakte's zijn er niet gevonden in Utrecht van kinderen uit dit gezin. Zij wonen Jufferstraat 595, Utrecht (1831).
Koster der Isr. Gemeente in 1811,
overleden (ongeveer 81 jaar oud) te Utrecht op 31 januari 1831,
trouwt met