,
van Coedijck),
gedoopt te Delft op 30 april 1670 (getuigen: zijn oom Pouwels DomiszKoedijck, Pouwels Koedijck, Elisabeth Drieborn, Neeltge van Vorsten),
Vrije stuurman in 1701,
Luitenant in 1720,
Kapitein in 1723,
Weesmeester in 1723,
Schepen te Batavia [Indonesië] in 1724,
overleden (56 jaar oud uitgaande van doop) op 24 oktober 1726.
,
Coedijck),
zoon van Domis DircxszKoedieff en MaartgePietersd,
doopgetuige van zijn nicht Maria PouwelsKoedijck te Delft op 2 mei 1677,
doopgetuige van zijn neef Niklaasvan Ruiven te Delft op 22 mei 1687,
doopgetuige van zijn nicht Mariavan Ruiven te Delft op 8 januari 1692,
woont St Annenstraat te Delft in 1669,
Kleermaker in 1669,
in 1683 en
in 1683,
woont Kerkstraat te Delft in 1721,
begraven te Delft op 24 juli 1721
,
trouwt (2) met Magdalenavan Vliet. Uit dit huwelijk geen kinderen,
Ondertrouw (1) te Delft [Attestatie uit Wilsveen] op 20 april 1669,
Overleden kinderen in 1676, 1678 en 1683.
Kinderen van Pieter Koedijck zijn begraven op 8 juli 1676 en 18 augustus 1678.
Op 15 juni 1683 is een Baarkind begraven.
Niet duidelijk is welke kinderen dit betreft.
met
,
Koster),
doopgetuige van haar nicht Maria PouwelsKoedijck te Delft op 2 mei 1677,
woont Hippolytusbuurt te Delft in 1669,
woont bezijden Nieuwe Kerk te Delft in 1682,
begraven te Delft op 12 december 1682.